De invloed van de Ondernemingsraad (OR) is het grootst aan het begin van het besluitvormingsproces. De taak van de medezeggenschap is: invloed uitoefenen op besluiten van de directie, met als doel de kwaliteit van het besluit verbeteren. Vanuit zijn oog-, oor- en mondfunctie kan de OR goed inschatten hoe een besluit in de praktijk zou kunnen uitpakken én of er bij zijn achterban draagvlak is voor zo'n besluit. Bij de standpuntbepaling zal de medezeggenschap een afweging maken tussen enerzijds de belangen van de organisatie en anderzijds de belangen van de medewerkers.

De Wet op de Ondernemingsraad (WOR) is de leidraad voor de directie en de OR. Die leidraad geeft duidelijk de rechten en de plichten aan voor beide partijen. De WOR bepaalt dat OR-en mogen meeweten, meepraten, meedenken en meebeslissen. Een goede inbreng van de medezeggenschap moet uiteindelijk bijdragen aan de kwaliteit van het besluit.

Snel aan tafel!

Dit Zandlopermodel geeft aan dat de invloed van de medezeggenschap het grootst is helemaal aan het begin van een besluitvormingsproces. Dus in de fase van verkenning en planvorming. Op dat moment is de directie nog bezig met het bevragen van zijn omgeving om zodoende het daadwerkelijke probleem en mogelijke oplossingsrichtingen te bepalen.

 De invloed van de OR is het kleinst op het moment dat een voorgenomen besluit ter advies of instemming wordt aangeboden. Op dat moment is de speelruimte voor zowel de directie als de medezeggenschap kleiner. Immers, als het goed is hebben alle suggesties, onderzoeken, overwegingen, consequenties en maatregelen  reeds de revue gepasseerd. Op basis daarvan heeft de directie haar gedachten opgemaakt en verwoord in het voorgenomen besluit.  Dus hoe eerder de medezeggenschap aan de overlegtafel zit, hoe groter de invloed is.

Toetsen en nazorg

De rol van de OR houdt niet op als hij zijn advies of instemming heeft gegeven. In de uitvoeringsfase toetst hij of de uitvoering verloopt volgens de gemaakte afspraken. Veelal volgt na de uitvoering een evaluatiefase. In deze fase van nazorg  kan de OR zijn criteria voor de evaluatie meegeven. Hij overlegt met de directie over de resultaten van de evaluatie en de maatregelen die op basis daarvan eventueel worden genomen.