Om diverse redenen kan de OR de wijze waarop hij is ingericht onder de loep willen nemen. Denk bijvoorbeeld aan: beter aansluiten bij de ontwikkelingen in de organisatie, betere verdeling werklast, versterking contacten met de achterban, verbetering bekendheid met het OR-werk en het vergroten van de deskundigheid, flexibiliteit en professionaliteit.

Inrichtingsvarianten

Hieronder passeren een aantal inrichtingsvarianten de revue (bron: OR-regie in zeven stappen naar professionele medezeggenschap):

1. Dagelijks Bestuur +  vaste commissies
Het merendeel van het werk vindt plaats in de vaste commissies plaats. Deze hebben een eigen domein, werkwijze en maken hun eigen afspraken hoe ze de werkzaamheden terugkoppelen naar de OR.
2.  Dagelijks Bestuur + vaste commissies + adhoc-commissies
Idem als hierboven. Echter, de OR kan tijdelijke commissies instellen die concrete zaken voorbereiden, zoals het formuleren van concept-standpunten naar aanleiding van advies- en instemmingsaanvragen.
3. Dagelijks Bestuur +  commissiestructuur gecombineerd met projectgroepen over commissies heen
Deze variant heeft de voordelen van vaste commissies (inhoudelijk verdieping, eigen netwerk) met die van projectgroepen (flexibel, kennis combineren, duidelijk resultaat en planning).
4. Dagelijks Bestuur + Projectgroepen
Alle inhoudelijke, voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd door tijdelijke projectgroepen. Deze worden aangestuurd door het Dagelijks Bestuur. Deze projectgroepen zijn te vergelijken met de adhoccommissies genoemd bij variant 1.
5. Dagelijks Bestuur + Portefeuillehouders
Portefeuillehouders zijn leden van de OR die een specifiek onderdeel of terrein beheren. Dit betekent het bijhouden wat op die specifieke onderdelen of terreinen speelt en deskundigheid daarop verwerven. Door taken uit te laten voeren    door medewerkers, kan de OR gebruik maken van interne deskundigheid en positie van de desbetreffende medewerker.

Wat zegt de WOR?

Over het instellen van commissies zegt de WOR (art. 15) het volgende:

- De instelling van een commissie is niet een zaak die de OR zelf kan regelen. Overleg met de bestuurder is nodig. De OR legt daartoe een instellingsbesluit voor waarin taak, samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de commissie zijn 
vermeld. De bestuurder dient een redelijke termijn te krijgen om zich een beeld te kunnen vormen. Indien nodig volgt overleg en tevens kan de bestuurder bezwaar maken bijvoorbeeld omdat de voordelen niet opwegen tegen de extra lasten.
- Vaste commissies moeten voor de meerderheid bestaan uit OR-leden. Ook andere medewerkers kunnen er deel van uitmaken.
- Een adhoc-commissie/voorbereidingscommissie wordt voor een bepaalde tijd ingericht. Taak, samenstelling en werkwijze dienen in een instellingsbesluit te worden geregeld. In deze commissie dient ten minste 1 OR-lid zitting te hebben. 
Daarnaast kunnen ook andere werknemers deelnemen. Over de faciliteiten van de commissies geeft de WOR (art. 17 en 18) aan dat deze gelden voor de leden van de (voorbereidings)commissies. Hieruit is af te leiden dat ook medewerkers die geen OR-lid zijn maar wel deelnemen aan commissies recht hebben op dezelfde faciliteiten als gekozen OR-leden.

Spelregels afspreken

Het is belangrijk om met de bestuurder te overleggen waarom de OR een nieuwe inrichting zou willen, wat het oplevert, welke gevolgen worden voorzien en aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om het nieuwe model te laten slagen. Het is essentieel spelregels af te spreken over onder andere tijd, budget en faciliteiten. Ook voor medewerkers die dus geen OR-lid zijn.

 

Meer informatie?
Cindy Fornari: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.